De toekomst van het platteland, deel II

/, Nieuws/De toekomst van het platteland, deel II

De toekomst van het platteland, deel II

Op 12 september werd in de tent van Koning van het Grasland opnieuw een meeting gehouden over de problemen en dilemma’s waar het platteland zich voor geplaatst ziet. Ruim vijftig mensen kwamen bijeen op uitnodiging van LTO-Noord, Kening fan e Greide, Pier 21, Toneelgroep Jan Vos en de familie Spijkerman, bij wier boerderij de meeting plaatsvond.

Aan een aantal mensen was de vraag voorgelegd hoe het platteland er volgens hen over tien jaar uit zou moeten zien en hoe zij hun eigen rol daarin zagen.

Als eerste kwam Auke Spijkerman aan het woord, een jonge boer die samen met zijn vader en moeder de boerderij runt waar wij te gast waren. Auke vertelde dat zijn ouders al in het begin van de negentiger jaren besloten hadden biologisch te gaan boeren, wat in die tijd op weinig waardering van de omgeving kon rekenen. Auke is van plan op die voet door te gaan. De uitdaging die ze nu zijn aangegaan is het uitbannen van antibioticum. Dat biedt voor hen extra mogelijkheden o.a. op de Amerikaanse markt, maar het betekent tegelijk dat ze extra hun best moeten doen om hun koeien gezond te houden. Ze doen dit o.a. door te zorgen voor kruidenrijk gras (met o.a. smalle weegbree). Ze zijn hiermee nog aan het experimenteren en merken hoe kleine veranderingen soms veel effect kunnen sorteren. Een tweede punt dat voor Auke van belang is i.v.m. de toekomst is de verhouding met de omgeving, de burgers. Hoe ervaren zij het platteland. Wat vinden ze ervan als hij mais zou gaan telen, of als er minder koeien in de wei zouden komen. Auke wil de mening van de burgers mee laten wegen in zijn bedrijfsvoering.

Ton Spijkerman, Auke ’s vader, is blij met de keuzes die zijn zoon maakt. Hun bedrijf loopt fantastisch, de enige zorg is wat de politiek in de toekomst gaat doen. Kijk naar de fosfaatrechten. Daarvan zijn er onlangs onevenredig veel toebedeeld aan de intensieve veehouderij ten koste van de biologische boeren.

Dan is er het punt van de prijzen. We betalen op dit moment veel te weinig voor ons voedsel.

Na Auke Spijkerman kwam Eline Vedder aan het woord. Zij heeft een melkveebedrijf met 85 koeien, ze is voorzitter van LTO-zuidoost Drenthe en baarde dit jaar opzien toen zij bij Pauw en Jinek Jesse Klaver bekritiseerde omdat hij te gemakkelijk en zonder verstand van zaken de boeren in het verdomhoekje zette. ‘

Eline Vedder zag in de vraag over de toekomst van het platteland een verborgen kritiek op hoe het nu is en wat de boeren nu doen. Maar zij wil niet praten vanuit de verdediging. Haar ideale platteland is eigenlijk wat zij nu al ziet als ze uit haar keukenraam kijkt. Het Nederlandse platteland is fantastisch, zeker in vergelijking met het buitenland. Eline ziet wel problemen als leegloop en vergrijzing. En ook dat veel boeren om economische redenen afslagen nemen die misschien niet gewenst zijn.

Voor de toekomst hoopt zij op een platteland met een grote bedrijvigheid en een grote diversiteit. Streven daarbij is het produceren van betrouwbaar en gezond voedsel met zo min mogelijk impact op de leefomgeving en dat de boer daarvan mag en moet kunnen leven. Zij ziet dit als de volgende agrarische revolutie en denkt dat Nederland daar opnieuw koploper bij kan zijn. Om deze omslag te laten slagen is nodig: wetgeving die om kan gaan met diversiteit, en een overheid die het proces ondersteunt. Een periferie die meebeweegt en zelfs een trekkende rol oppakt. Een consument die zijn verantwoordelijkheid neemt, en zich óók verbindt aan de drie randvoorwaarden. Tot slot zijn er boeren nodig die durven te bewegen.

Eline is er nog niet uit hoe zijzelf als boerin zal beginnen aan die revolutie. Ze staat in de startblokken, maar als je investeringen doet met een terugverdientijd van 25 jaar, dan ga je niet lukraak maar wat uitproberen. Dus het hoe en wanneer en waarheen om uit die startblokken te komen, is iets wat haar enorm bezig houdt en waar nog heel wat gesprekken over gevoerd moeten worden.

Jan Buining, een van de andere sprekers, zag als belangrijk punt hierbij hoe je de toegevoegde waarde daar krijgt waar het hoort (hoe zorg je dat de boeren een groter aandeel krijgen in de winsten). Alex Datema, voorzitter van BoerenNatuur, vond het onverstandig te gaan wachten op de economie voor we naar duurzaamheid gaan streven. Dat duurt veel te lang. Vanuit het publiek werd daaraan toegevoegd dat we ook niet moesten gaan wachten op de overheid.

Eline stelde daar tegenover dat je het ook maar moet durven als boer, zij vindt dat in elk geval lastig. Ook vindt zij dat er te gemakkelijk over de sector in het algemeen wordt gepraat, terwijl er heel veel individuele verschillen zijn.

Boeren moeten wat haar betreft af van het streven naar meer en moeten leren meer te doen met minder.

Trienke Elshof, voorzitter van LTO-Noord, benadrukte dat LTO er voor elk type boer wil zijn. Tegelijk vindt zij dat boeren over meer moeten nadenken dan productie en efficiency en ook moeten kijken naar hun omgeving. Voor oudere boeren, de vijftigplussers, is het soms moeilijk om uit de modus te komen waarop zij ooit begonnen zijn.

Een andere stem uit het publiek stelde dat er veel verkeerde keuze worden gemaakt met name in de melkveehouderij en dat natuurclubs veel dominanter moeten zijn in hun stellingname. En ook eerder. Dit werd bestreden door iemand van milieudefensie. Zij trekken wel degelijk hard aan de bel.

Eline benadrukte het belang van de dialoog met de ondernemers, de boeren. Je raakt hen in hun ziel en zaligheid.

Daarna was het woord aan Jan Buining, oprichter van Food-Basics en lid van de Noordelijke Innovation Board. Zijn stelling is dat ons voedingspatroon zoals we dat nu kennen over tien jaar volledig veranderd is en aangezien de landbouw bijna volledig gericht is op het produceren van voedsel, zal dat grote gevolgen hebben voor het landschap.

Na de Tweede Wereldoorlog was de landbouw vooral gericht op het verwerven van voedselzekerheid, waarbij het voornamelijk draaide om aardappelen en tarwe. Koolhydraten dus die tegen steeds lagere prijzen voor handen kwamen. Het percentage van ons inkomen dat aan voeding wordt besteed is in een paar decennia gehalveerd.

Daarbij legt de consument een grote voorkeur aan de dag voor korte suikers en koolhydraten, een door evolutie gestuurde voorkeur gericht op energie en het opbouwen van spek. Groente en fruit is naar verhouding (en als je beide soorten voeding hebt gedroogd) twintig keer duurder.

De voeding die de voedselindustrie ons levert, met veel toegevoegde suikers, is volledig gericht op het genoegen en genot, niet op gezondheid. Als we gezond zouden leven zouden we andere gewassen eten, meer vezels, meer plantaardige eiwitten en dat betekent vooral meer peulvruchten. Dat zal leiden tot een ander aanzien van het platteland met vooral een grotere diversiteit in het landschap.

In het gesprek daarna viel nog een keer de opmerking dat innovatie nog steeds teveel gericht is op meer i.p.v. beter. Een boerin kon zich niet voorstellen dat de omslag die Jan Buining beschreef in tien jaar kon plaats vinden, omdat tien jaar voor een boer best kort is. Je oogst maar één keer per jaar.

Jan Buining benadrukte dat deze omslag de hele keten zou gaan beïnvloeden. AH handelt als enige supermarkt proactief in dit opzicht, de andere supermarkten laten zich nog teveel leiden door de omzet op de korte termijn.

Alex Datema, melkveehouder en voorzitter van BoerenNatuur, begon zijn voordracht met een Gronings gedicht waarin de natuurbeleving beschreven wordt van een jongetje op een hooiwagen. Alex had dit zelf ook zo beleefd en vertelde dat hij nu vaak vergat te genieten van het landschap, door de drukte. Veel boeren zijn vergeten hoe ze zelf kunnen genieten van het landschap en daarom is kritiek van buitenstaanders op wat zij van het landschap hebben gemaakt ook zo pijnlijk voor ze.

Als je een dialoog wilt met de boeren, moet je niet beginnen met kritiek. Beter is het eerst eens te informeren naar de geschiedenis van het bedrijf en waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn. Zo raak je in dialoog en uit de patstelling.

De landbouw 2.0 zal rekening houden met de biodiversiteit en zal oog moeten hebben voor de omgeving, die stelt je tenslotte instaat om je werk te doen.

Probleem is dat de agrarische opleidingen nog steeds alleen maar gericht zijn op ‘meer’.  En de hele omgeving denkt zo. Daarom is het juist belangrijk dat burgers het gesprek aangaan.

Melk en weidevogels zijn heel goed te combineren. De droom van Alex is overal weidevogels, maar zonder subsidie. De boeren moeten zelf stapjes gaan zetten, want wie gaat het afdwingen? Niet de overheid, niet LTO, en niet Friesland Campina.

De bijeenkomst werd afgesloten door Jeroen van den Berg, artistiek leider van Toneelgroep Jan Vos. Hij schetste het beeld uit een documentaire over Mansholt, waarbij deze aan het begin van de zeventiger jaren geconfronteerd wordt met een zaal woedende boeren. “Ze zijn verkeerd voorgelicht door hun bonden’, zegt hij en begint maar eens een kaartje te leggen. In die tijd was er een duidelijke richting en die werd aangegeven door de politiek. Daartoe kon je je verhouden. Nu wordt er geen richting gegeven en moeten mensen het zelf uitzoeken. Dat vraagt veel. Jeroen had die avond heel vaak gehoord dat we in dialoog moesten en dat het gesprek aangaan zo belangrijk is. Er wordt heel veel gepraat, maar wordt er genoeg gedaan? Zijn we niet te bang? Jeroen wenste iedereen veel wijsheid.

De avond stond onder leiding van Jaap Jepma, die ervoor zorgde dat veel mensen aan het kwamen en dat de sfeer buitengewoon prettig was. Na afloop werd er nog uitgebreid nagepraat onder het genot van een drankje.

By | 2017-09-25T10:25:59+00:00 september 22nd, 2017|Categories: Koning van het Grasland, Nieuws|Tags: , |0 Comments

About the Author:

Tjeerd Bischoff

Tjeerd Bischoff studeerde in 1987 af aan de Amsterdamse Toneelschool. Na tien jaar gespeeld te hebben als freelance acteur oa. bij Carroussel, Rieks Swarte, Huis aan de Amstel en Effecten in Ontwikkeling, richtte hij zich vanaf 1998 op het schrijven van toneel. Hij schreef oa. Een Vijand van Niks (Huis aan de Amstel) Kortsluiting (Bellevue lunchtheater), H.A.R.T. (Wederzijds), Winterkoorts (de Wetten van Kepler ), Dorst (Toneelgroep Dorst). Voor de Toneelmakerij schreef hij Het Begin van Alles en samen met hen en het Rijksmuseum ontwikkelde en schreef hij het project Jij en de Gouden Eeuw. Voor Tryater schreef hij voor een aantal locatieprojecten, waaronder de 11Stêdetocht, een barre en bizarre tocht. Mansholt was het eerste stuk dat hij schreef voor Toneelgroep Jan Vos. Het stuk werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival en genomineerd voor de vijfjaarlijkse prijs voor toneelteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Brussel.

Leave A Comment