Fragments van Harlech/Wales, Terschelling tot Rotterdam – Jeroen van den Berg

/, Fragments/Fragments van Harlech/Wales, Terschelling tot Rotterdam – Jeroen van den Berg

Fragments van Harlech/Wales, Terschelling tot Rotterdam – Jeroen van den Berg

Vorig jaar presenteerden we de eerste versie van Fragments in de duinen van Harlech, in het noorden van Wales. We repeteerden 10 dagen in korte broek op slippers in de volle zon. Net op het moment dat we begonnen te denken dat de opwarming van de aarde Wales tot een populaire zon bestemming zou gaan maken, begon het er ouderwets te regenen. De eerste dag konden we nog netjes tussen de plensbuien door spelen, maar de dag erop werden we wakker van het gekletter van de regen tegen de ramen van het nepkasteel waar we logeerden. En aan die regen zou er gedurende de dag geen einde komen, volgens de buienradar. Boven Harlech hing een dik pak bewolking en dat zou er nog tijden blijven hangen.

 

 

 

Harlech

Harlech

Het was kiezen geblazen, ofwel niet spelen, of de voorstelling naar binnen verplaatsten. We kozen voor de laatste optie, beter een halfbakken einde aan de samenwerkingsperiode dan dat achteraf gezien de dag ervoor het project zijn einde had gehad. We speelden het stuk in een studio, met uitzicht op de duinen. Tegen alle verwachting in werd het toch nog een behoorlijk goeie voorstelling. Het handjevol publiek, dat de regen voor lief had genomen en ingeseald in plastic het theater bereikte, had een leuke avond. Van de lange lijnen die we in de duinen konden maken kwam in de tl verlichte studio van tien bij tien niets terecht . We moesten het doen zonder mooie plaatjes van duintoppen met mannen in silhouet. De nadruk kwam te liggen op de taal, en dat bleek op die regenachtige dag in Wales zodanig de moeite waard, dat we begonnen te fantaseren over het spelen van de voorstelling op zoveel mogelijk uiteenlopende locaties. En terwijl de regen nog steeds onophoudelijk tegen de ruiten van de foyer van Theatre Ardudwy sloeg, werden binnen flessen ontkurkt en werden de fantasiëen over het spelen op een parkeerplaats, in een bos, ergens in het open veld, op een vliegterminal steeds aanlokkelijker.

 

 

 

Oerol Fotografie: Daphne van de Velde

Oerol
Fotografie: Daphne van de Velde

We zijn een jaar verder, ondertussen. Het stuk is doorontwikkeld, en op Oerol speelden we de afgelopen maand de eerste 18 voorstellingen. In een duinpan, een stuk groter dan die in Harlech, dat wel, een stuk steiler ook, moeilijker begaanbaar dan we in Wales waren gewend. En we werkten met een andere acteur dan we in de eerste presentatie werkten. Genoeg nieuwe elementen om ons toe te verhouden, zou je denken. Maar we speelden wel gewoon in een duinpan. Eind augustus gaan we zien of de fantasieën die we de laatste avond in Harlech hadden in de werkelijkheid stand houden. Dan spelen we de voorstelling voor het eerst binnen. In Rotterdam, in een betonnen loods op Katendrecht. Uitzicht op de stad. Hotel New York aan de overkant, ingeklemd tussen de torenflats. De watertaxi’s er voor, het puntje van de Erasmusbrug in de verte. Aan het uitzicht zal het niet gaan liggen, zoveel is zeker.

Maar hadden we het niet beter bij fantasie kunnen laten? Op Oerol stond de voorstelling perfect. We hebben er prima gewerkt, het stuk kwam er goed tot zijn recht, we kregen fijne reacties, hebben dozen vol tekstboekjes verkocht. En nu lijken we weer terug bij af. Zoals we op Terschelling aan het begin van de repetities ook even terug bij af leken te zijn. Precies dezelfde gedachtes had ik daar. Hadden we het niet gewoon bij de presentaties in Wales moeten laten? Was het feit dat we ver van huis, in wezen ongezien aan het werk waren, niet juist de kracht. Dat we in een week tijd een schets van het stuk in elkaar moesten zetten, was dat nou niet juist de kracht? Waarom moesten dat nou zo nodig ook in een duinpan in Nederland gespeeld worden. Waarom moest het nou zo nodig een ’echte voorstelling’ worden? Op een locatie die niets meegaf, waar de acteurs zich de eerste dagen zuchtend en klunend door het zand sleepten en voortdurend in de tekst verdwaalden. Hadden we het niet beter gewoon bij Harlech kunnen laten?

 

Tot je op een gegeven moment vat krijgt op de locatie. En de nieuwe omstandigheden een eigen logica gaan afdwingen. En de nieuwe acteur iets meebrengt dat een ander perspectief op de tekst biedt. Maar tot dat gebeurt blijft het een onzekere onderneming. Over een maand of twee weten we meer. Ik ben ook benieuwd naar (en bevreesd voor) wat het beton van de stad ons stuk gaat brengen. Ik hoop er het beste van!

Jeroen van den Berg, regisseur en schrijver

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

By | 2017-09-06T08:33:35+00:00 juli 7th, 2016|Categories: achter de schermen toneelgroep jan vos, Fragments|Tags: |0 Comments

About the Author:

Jeroen van den Berg
In 1993 rondde Jeroen van den Berg de regieopleiding aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten af. Na zijn studie richtte Jeroen van den Berg het Oranjehotel op, waaraan hij tot 2001 verbonden was als regisseur en schrijver. Daarnaast werkte hij onder meer voor Theater van het Oosten, Het Zuidelijk Toneel, Tryater en Orkater. Voor zijn stuk Blowing, dat hij schreef voor Het Laagland, ontving hij in 2003 de Nederlandse Taalunie Toneelschrijfprijs. In 2014 regisseerde hij Mansholt, de eerste voorstelling van Toneelgroep Jan Vos die geselecteerd werd voor het Nederlands Theaterfestival. In 2015 schreef hij Breekbaar voor Tryater, dat gespeeld werd in de regie van Jos van Kan. Jeroen van den Berg is regelmatig gastdocent op de Amsterdamse Theaterschool, De Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten, de Toneelacademie Maastricht en de Arnhemse Toneelschool. Tussen 2008 en 2013 werkte hij als artistiek coördinator bij Atelier Oerol, de werkplaats van het Oerol Festival.

Leave A Comment