Een luchtstroom die ventilatie suggereert is nog geen frisse wind

/, Nieuws/Een luchtstroom die ventilatie suggereert is nog geen frisse wind

Een luchtstroom die ventilatie suggereert is nog geen frisse wind

Helmert Woudenberg

Voor de derde keer werkt Helmert Woudenberg samen met de befaamde schrijver en regisseur Frans Strijards, die speciaal voor hem een nieuw stuk schreef met de titel Het Vierde Gezicht.

Het Vierde Gezicht is een beklemmende monoloog over de verloedering van de rechtstaat. Het vertelt het verhaal van een advocaat die getuige is geweest van de moord op een cliënt van hem. Een klokkenluider, die op het punt stond naar buiten te treden met onthullingen over een schimmig zaakje in de haven. De tekst verwijst naar een aantal dubieuze zaken die de afgelopen jaren het nieuws haalden.

 

 

 

We spraken met Helmert en Frans over het stuk, hun samenwerking en hun visie op toneel.

Frans Strijards

Jullie hebben een aantal keren eerder samengewerkt. Wat verbindt jullie?

Helmert:

We hebben parallelle carrières gehad in parallelle toneelwerelden, waarbij we elkaar hooguit tegen kwamen in het café. Toen kwam hij kijken naar de solo over Pim Fortuin, en daar was hij, ik mag wel zeggen, opgetogen over. Op een gegeven moment, vijf jaar geleden…

Frans:

Nee veel langer geleden, acht, negen jaar geleden

Helmert :

Op een gegeven moment belde hij mij op en zei: ik heb een monoloog geschreven en ik wil graag dat jij die gaat spelen. Toen hij vertelde dat twee andere acteurs de monoloog geweigerd hadden, omdat ze hem te moeilijk vonden zei ik ‘dat doe ik!’  Zonder de tekst te lezen.

 

Dat vond je een mooie uitdaging?

Ja, ook wat Frans betreft. Ik vond het een uitdaging met hem te gaan werken. En dat hebben we met veel plezier gedaan. Twee oudere heren samen in het repetitielokaal.

Wat sprak jou aan in zijn manier van werken?

Ik had nooit een hoge pet op van regisseurs. Ik heb altijd gedacht, ik doe het zelf wel, ik vind mijn eigen weg wel. Maar Frans is echt een goede regisseur waarop je kunt vertrouwen, die weet waarover hij het heeft en die je verder kan helpen en je uitdaagt.

 

Hoe lag dat voor jou Frans?

Frans:

Ik had een hele grote waardering voor de het Werktheater. Ik had Helmert natuurlijk wel zien spelen en ik kende zijn vrijgevochtenheid, en dus niets te maken willen hebben met regie. Maar dan denk ik, dan moet je je maar even met mij verhouden in een repetitielokaal en dan komt dat wel goed. Als iemand dan op voorhand zegt ‘dat doe ik’, dan laat je zo iemand niet meer los. Daarbij is het een kwestie van literaire intelligentie. Helmert leest, hij schrijft zelf, hij is over het algemeen goed geïnformeerd over een breed scala aan actualiteit. Daar houd ik van. Er is een soort lotsverbondenheid. Als wij aan het werk gaan -en dat hoeft dan niet lang te duren- dan ontstaat er iets.

 

Wat bracht je er toe het Vierde Gezicht te schrijven?

Frans:

Er werd op de hoek van mijn straat iemand doodgeschoten, voor een café. Dat gebeurde vrijwel voor mijn neus. Het was een beroemde affaire die de pers haalde. Op dat moment zag ik tot leven komen dat er criminaliteit is en dat die overal is. Toen ik de krant nog eens wat rustiger en nauwkeuriger las, zag ik dat er affaires waren in Amsterdam rond haventerreinen waar de gemeente Amsterdam geen greep meer op had en waar veel geruchten de ronde over deden. Het ging over terreinen en eigendommen die in het hart van de economische gemeente Amsterdam gevestigd waren. Terreinen waar nu gebouwd wordt. Er kwamen meer afrekeningen, maar de kern van mijn verhaal lag voor mij daar, het ontstekingsmechanisme was in dat café. De ontmoeting met die mensen, hun verhalen.

 

Heb je veel onderzoek gedaan?

Ja. Ik heb me op journalistiek terrein begeven, hoewel het stuk geen letterlijk verslag is.

Ik begon ook te lezen in die gigantische hoeveelheid materiaal die er op dat moment voorhanden was over de criminaliteit. Daarnaast ging ik mensen interviewen, van gedachten wisselen in bepaalde café’s, naar de verhalen luisteren, want dat is wat schrijvers doen. De hele kleine boekjes lezen, die advocaten soms schrijven als ze tot het uiterste getergd zijn. En ik ging een archief aanleggen. Ik heb de tijd genomen en heb mij wel afgevraagd: als iemand zou beweren dat een aanzienlijk percentage van de gemeentelijk begroting in een bepaalde periode in Amsterdam zwart geld is geweest, zou iemand daar van opkijken? Zouden we dat eng vinden? Wat is er gebeurd aan het eind van de negentiger jaren met al die telecombedrijven, toen gemeentelijke clusters van bezittingen werden verkocht, om de begroting er wat beter voor te laten staan? Hoeveel geld uit welke bron is er toen binnen gekomen en is dat gecontroleerd? Vast wel, hè.

 

Wat voor figuur is de advocaat in het Vierde Gezicht

Helmert:

Het is een man die zich afvraagt wat zijn functie eigenlijk is. In hoeverre is hij schuldig aan de liquidatie van de klokkenluider. In hoeverre houdt hij een systeem in stand dat tot dit soort dingen kan leiden. Hij beschrijft zichzelf als de kruipolie van de democratie, maar nu is hij toch op een punt gekomen dat hij in dubio raakt. Moet hij een daad stellen?  De vrouw van de klokkenluider verwacht dat hij mee gaat naar de politie. Moet hij dat doen?

 

De inzet van het stuk is dus een morele vraag?

Frans:

Volkomen. Dat gifschip waar in het stuk over gesproken wordt is echt, dat is geen fictie, heeft consequenties gehad, precies zoals ik het opschrijf. De gemeente Amsterdam heeft zich beroepen op hun immuniteit, maar verder is vrijwel iedereen daaromheen letterlijk het schip ingegaan en veroordeeld. Maar niet de gemeente Amsterdam. De overheid.

Helmert:

Het intrigerende van de figuur is wat hij verzwijgt. Hij heeft al eerder dit soort dingen meegemaakt. Hij weet wat een flink pak slaag is, dat je bijkomt in het ziekenhuis en denkt oh, wat nu. Hij kent het criminele milieu, hij is een sjoemelaar, een alcoholist, niet een man die moreel met een wijsvingertje klaar staat. Dat maakt het stuk ook zo komisch.

Is dat een thema in jouw werk Frans, mensen die de weg kwijt zijn in hun eigen realiteit?

Frans:

Zonder twijfel. Het hoort bij een toneelpersonage tout court, het hoort bij mij, en bij de status van onze actualiteit om de weg een beetje kwijt te zijn. Hoezeer ik ook de rechtlijnigheid van de mensen op straat bewonder, ik weet vrijwel zeker dat dat niet geldt voor de meeste mensen die voor keuzes komen te staan.

Helmert:

De kern is een hoofdpersoon die zich afvraagt ‘wat is er in godsnaam aan de hand, wat gebeurt hier, wat wordt er gedaan waar ik eigenlijk geen kijk op heb.’

Frans:

Dat heet een paranoïde bewustzijn. En dat zit in al mijn toneelwerk. Mensen die het gevoel hebben dat de werkelijkheid met een dubbele agenda in de weer is. Ik kan niet naar het journaal kijken zonder zeker te weten dat de helft nog veel erger is dan we te zien krijgen

Helmert:

Er staat bij Frans altijd een personage tegenover die dat helemaal niet heeft. Die heel stellig is, en precies weet wat hij doet. Hier is dat Muller, de klokkenluider.

 

Je bent nu de tekst aan het leren. Heb jij een favoriet stukje?

Helmert:

Op een gegeven moment zegt de advocaat over Muller: “hij was de meest loyale man die ik heb gekend, hij geloofde in zijn land, in de beschaving, in het soort politiek dat mij koud laat, ten onrechte waarschijnlijk. Muller was voor mij als een man die de vloer prachtig in de lak heeft gezet, maar zichzelf uiteindelijk in de hoek heeft gelakt en die mij nodig had om hem eruit te halen. We zouden hoe dan ook met zijn tweeën met onze vuile voeten over zijn prachtige werkstuk moeten lopen.”

En dan is er nog een stukje. Dit gaat over het spelen van een spel, ‘waarbij het spel wordt gespeeld om de chaos en de verwarring van de werkelijkheid het hoofd te bieden en te overmeesteren en daardoor spelenderwijs een eiland te creëren waarin je de chaos kunt overleven. Kijk eens aan, het eiland van de zegevierende interpretatie van de feiten, daar zouden we ons allemaal wel op willen terugtrekken en op wonen.’

 

Als jij een stuk schrijft heb je dan voor ogen wat je teweeg wilt brengen bij je publiek?

Frans:

Nee. Ik heb dat nooit gehad. Ik ben het theater binnengekomen en ben gaan schrijven. En ik heb tot mijn verbazing af en toe weleens gemerkt dat het wat te weeg bracht. Hoe ik het voor elkaar kreeg wist ik niet. En als er niets gebeurde wist ik ook niet waarom dat dan was. Ik heb mij elke keer daar begeven waar ik dacht dat ik aan de slag moest.

 

Geldt dat voor jou ook Helmert, dat het vooral een innerlijke drang is?

Frans:

Ik heb me verbaast over die enorme drang bij hem, volgens mij is die drang bij hem wat betreft toneel nog veel groter dan bij mij,

Helmert.:

Ik heb dat bijvoorbeeld gemerkt bij mijn voorstelling over Pim Fortuin. Ik kan als acteur door Pim Fortuin te spelen iets over hem onthullen, dat een journalist of een historicus nooit kan. Je geeft iemand een stem over het graf heen.

 

In hoeverre levert de maatschappelijke realiteit waarin je leeft de brandstof?

Frans:

Een adequate beschrijving van de realiteit is onmogelijk. Maar een sfeer of geur of een gevoel dat opstijgt uit die vuilnisbak van nieuws probeer je wel te vangen. Die luchtjes verdwijnen niet zomaar. Ik zou wel de tocht willen veroorzaken die die verlammende stank verdrijft, zoals veel schrijvers. Maar een luchtstroom die ventilatie suggereert is nog geen frisse wind.

Helmert:

Ik was als kind heel erg gefrappeerd door poolreizigers. Een van die poolreizigers kwam bij een eskimo-stam die leefde van de visvangst. En elk jaar verzamelt de hele stam zich bij een gordijn. Daarachter zit een sjamaan en die gaat naar de bodem van de zee, waar iedereen bij is en heeft dan een gesprek met de Oude Man van de Zee. Hij vraagt hem dan,  waarom de visvangst ook dit jaar weer zo tegenvalt. Er is tromgeroffel en tijdens dat tromgeroffel daalt de sjamaan af, voert het gesprek en komt vervolgens weer omhoog. Dan wordt het gordijntje opzij getrokken en daar zit de sjamaan helemaal bezweet. En de sjamaan zegt: de visvangst is niet goed omdat de erfenis van die en die nog niet geregeld is en omdat die slaapt met de vrouw van die. En dan is er ruzie, en dat wordt bijgelegd en daarna is het weer goed voor een jaar. Dat is de taak van de acteurs, je maakt een reis naar het collectieve onderbewuste en je komt met iets terug.

 

Jullie lopen al lang mee in het toneel. Hebben jullie veel zien veranderen?

Frans:

Enerzijds heel veel, aan de andere kant heel weinig. Wat ik niet heb zien veranderen is dat die wereld zo gesloten is. Het is een hele kleine en gesloten wereld, waarbij soms enorm hoog van de toren wordt geblazen. Dat is gevaarlijk in een wereld die op drift aan het raken is.

Helmert:

Wij hebben nog meegemaakt dat die tomaten werden gegooid, vooral tegen de hiërarchie. Ik heb in een collectief gewerkt, en in alle vrijheid. Alles waar tomaten naar gegooid is, is teruggekomen in verharde vorm. Ik vind het toneel nogal reactionair, elitair, voor een bepaalde publieksgroep, wat bij het Werkteater niet zo was, daar zat iedereen.

 

Wat houdt jullie gaande? Jullie kunnen ook met pensioen?

Helmert:

Ik kan me niet voorstellen dat ik op een punt kom dat ik denk ‘nu heb ik het wel gehad.’ Elk punt waar je bent nodigt uit tot een volgende stap. Het is een ontwikkeling die niet ophoudt. Ik heb een spelmethode ontwikkelt, een theorie ook, met de vier elementen en elke keer zie ik weet wat nieuws. Het leven is te kort om dat allemaal te ontdekken. Ik kan me niet een leven voorstellen dat ik daar niet mee bezig zou zijn.

Frans:

Je zet je dagelijkse leven voort. En dat is los van je leeftijd. Zeven uur opstaan en aan de slag gaan. Alleen de reikwijdte verandert. Het is een biologisch behoefte net als ademen. Je hoopt natuurlijk dat je geïnspireerd wordt. Als dat niet komt, dan ga je meteen ook dood. Dan word je depressief, dat weet ik zeker.

 

Vanaf 11 januari 2017 is Het Vierde Gezicht te zien in theaters door het hele land.

(bij Het Vierde Gezicht schreef Frans Strijards de tekst, maar deed niet de regie zoals bij eerdere gezamenlijke projecten)

Bewaren

Bewaren

Bewaren

By | 2017-01-22T22:53:37+00:00 december 23rd, 2016|Categories: Het vierde gezicht, Nieuws|Tags: , , |0 Comments

About the Author:

Toneelgroep Jan Vos

Toneelgroep Jan Vos ontwikkelt toneelvoorstellingen vanuit een positie middenin de maatschappij. Daarom spelen we onze voorstellingen op locatie. We reizen naar het publiek, ontvangen hen in een omgeving die past bij het onderwerp van de voorstelling, en plaatsen daarmee het verhaal midden in de realiteit.

In een vroeg stadium van het ontwikkelen van een voorstelling gaan we op onderzoek uit. We gaan we in gesprek met maatschappelijke organisaties, denkers, specialisten en ervaringsdeskundigen. We verwerken onze bevindingen en brengen die middels de verbeelding van het toneel weer terug in de samenleving.

Schrijver Tjeerd Bischoff, regisseur/schrijver Jeroen van den Berg en zakelijk leider Judith Huizing vormen de kern van het gezelschap

Leave A Comment