Het bijzondere gewoon maken en het gewone bijzonder

/, Mozes, Nieuws/Het bijzondere gewoon maken en het gewone bijzonder

Het bijzondere gewoon maken en het gewone bijzonder

Na zijn alom geprezen solo’s over oa. Fortuin, Hitler en zijn grootvader, buigt Helmert Woudenberg zich in zijn vijftiende solo over het verhaal van Mozes: de man die met zijn volk op de vlucht sloeg, op zoek naar een betere toekomst. Voorafgaand aan de tweede try out sprak ik met Helmert Woudenberg over de voorstelling, over vluchtelingen en over het belang van mythische verhalen.

Hoe kwam je op het idee een voorstelling te maken over Mozes?

Ik heb in het verleden al een aantal solo’s gemaakt over Bijbelse figuren. Dat was zelfs de reden dat ik begonnen ben met het maken van solo’s. Ik wilde verhalen vertellen met een metafysische dimensie en merkte dat er binnen het theater niet zomaar ruimte en interesse voor was. Dus besloot ik dat in mijn eentje te gaan doen.

Na een aantal  solo’s zoals Hemel en Hel, de zonen van Jakob en Jezus, vroeg iemand uit het publiek of ik theologie gestudeerd had.

Toen dacht ik ‘nu is het tijd voor iets anders’.

Ik ben voorstellingen gaan maken over de WO II, voorstellingen die een link hadden naar het verleden. Maar ook naar de actualiteit, zoals in Ubermensch, over Hitler, en Landverrader over mijn grootvader, die tijdens de bezetting door de Duitsers werd benoemd tot leider van het Nederlandse Arbeidsfront. Het wordt vaak ontkend, maar de dingen die toen gezegd en gedacht werden hoor je nu opnieuw.  Na Landverrader, wilde ik een voorstelling maken over de massale volksverhuizingen van vandaag de dag. Over mensen die niet in hun eigen land kunnen blijven wonen, daar geen toekomst meer hebben, en hun geluk elders moeten zoeken. En toen besloot ik terug te grijpen naar de Bijbel, naar Mozes. Dat is een bijzonder actueel verhaal. Je denkt voortdurend aan Syrië en aan Assad.

Wat maakt dit verhaal duidelijk over wat het betekent om vluchteling te zijn?

Als vluchteling verlaat je je land. Maar je land en je cultuur bepalen wie je bent, en dus moet je je identiteit veranderen. Je bent niet meer wie je was, maar ook nog niet wie je worden moet. Dat brengt veel onzekerheid met zich mee. De meeste Israëlieten die Mozes volgen worstelen daarmee en willen op een gegeven moment weer terug. “Waarom Manna, vroeger hadden we vlees”. Ze klagen enorm, God krijgt er soms schoon genoeg van. Het is alleen op voorspraak van Mozes dat hij ze niet ten gronde richt. En als ze bij het Beloofde Land aankomen, durven ze daar niet binnen te gaan. Ze sturen 12 verkenners, sommigen van hen weten zich daar te vestigen, maar anderen zien geen mogelijkheden voor het Joodse Volk. “We komen daar nooit aan de bal”. Je begrijpt hun angsten en twijfels, maar je gaat ook meevoelen met Mozes.

Wat voor man is Mozes?

Bij mij is het een hele gewone man die gevoelig is voor de stem van God.

De voorstelling is een poging om een archaïsch, groots, mythisch verhaal tijdloos, klein en menselijk te maken. Dat is toch altijd mijn streven: het bijzondere gewoon maken en het gewone bijzonder. Mozes is een gewone man, een veehouder, opgevoed als Egyptenaar. Hij is rustig en introvert en heeft eigenlijk geen zin om leider te zijn. Hij heeft inzicht, maar hij is niet gevoelig voor hiërarchie. Hij wil geen verering. Hij laat Aron het woord voor hem doen. Mozes wordt ook niet gezien als leider, het volk loopt niet zomaar achter hem aan. Ik heb het patriarchale sowieso zoveel mogelijk uit het verhaal verwijderd. Bij mij is God een jonge dynamische speelse figuur. Ik noem hem ook niet God, ik noem hem de Enige. Hij is de verteller van het verhaal en hij is in iedereen. En hij is ook ieder mens afzonderlijk. Maar niet iedereen wil hem toelaten. Met de mensen die hem niet toelaten zoals de farao – die bij mij de Heerser wordt genoemd-, loopt het slecht af. Het is ook lastig om de Enige te horen, daarom wil Mozes niet teveel verwikkeld raken in de dagelijkse beslommeringen, het geruzie, want dat kan hij die stem niet meer horen. Dan raakt hij het contact kwijt.

Was de Bijbel je enige bron?

Wel een hele belangrijke. Ik heb veel steun gehad aan een letterlijke Tora-vertaling. Die is  helderder en minder plechtstatig dan de meeste Bijbelvertalingen. Soms ontgaat je de betekenis, maar de taal is heel ritmisch, als een rap. Daarnaast heb ik heel veel gehad aan Flavius Josephus, Oude geschiedenis van de Joden. Religieuze, metafysische thema’s horen thuis op het toneel, maar het wordt veel te weinig gedaan. Ik ben niet religieus opgevoed, maar mijn overgrootvader was lekenpredikant. En mijn grootvader wou dominee worden. Dat mocht vervolgens niet van mijn overgrootvader. Hij vond dat God’s woord verkondigd moest worden door eenvoudige mensen die uit het hart spreken, niet door dominees en deftige mensen. Het prediken zit me in het bloed.

Speellijst
By | 2018-02-14T12:58:11+00:00 februari 14th, 2018|Categories: Helmert Woudenberg, Mozes, Nieuws|Tags: |0 Comments

About the Author:

Tjeerd Bischoff
Tjeerd Bischoff studeerde in 1987 af aan de Amsterdamse Toneelschool. Na tien jaar gespeeld te hebben als freelance acteur oa. bij Carroussel, Rieks Swarte, Huis aan de Amstel en Effecten in Ontwikkeling, richtte hij zich vanaf 1998 op het schrijven van toneel. Hij schreef oa. Een Vijand van Niks (Huis aan de Amstel) Kortsluiting (Bellevue lunchtheater), H.A.R.T. (Wederzijds), Winterkoorts (de Wetten van Kepler ), Dorst (Toneelgroep Dorst). Voor de Toneelmakerij schreef hij Het Begin van Alles en samen met hen en het Rijksmuseum ontwikkelde en schreef hij het project Jij en de Gouden Eeuw. Voor Tryater schreef hij voor een aantal locatieprojecten, waaronder de 11Stêdetocht, een barre en bizarre tocht. Mansholt was het eerste stuk dat hij schreef voor Toneelgroep Jan Vos. Het stuk werd geselecteerd voor het Nederlands Theaterfestival en genomineerd voor de vijfjaarlijkse prijs voor toneelteksten van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde te Brussel.

Leave A Comment