Interview Jan hendriks

Fotografie: René Beishuizen

Jan Hendriks voerde actie tegen de windmolenparken bij Meeden en bij de N33. Veelal ludieke acties, maar in 2021 werd hij veroordeeld voor het sturen van dreigbrieven aan aannemers die betrokken waren bij de bouw van de windparken. Ik bezoek hem in de enorme watertoren van Oude Pekela waar hij zijn werkplaats heeft. Jan is een grote man met een flinke baard en gevoelige ogen. Het is februari en flink koud als ik hem bezoek. We klimmen van verdieping naar verdieping – overal hout, metaal, meubels, gereedschap – tot we in een ruimte komen met een paar fauteuils en een bank. In het midden een kachel met een groot vuur. Ondanks dat, is het er koud en ik houd mijn jas aan.

Jan: Ik kom uit Noord-Holland, maar in 1989 ben ik gevlucht voor de ambtenaren terreur in dat gebied en geëmigreerd naar Groningen. Ik kocht een boerderij in Meeden en zette mijn werk voort in de machinehandel en reparatie. Ik ben van huis uit lasser. Ik had een netwerk opgebouwd rond het IJsselmeer en het ging mij voor de wind, ik had een flinke bos mensen aan het werk. En ik werd vader, wat ik heel serieus nam. Maar toen kreeg ik een burn-out. Ik was helemaal naar de kloten, ik kon niet eens meer naar de schuur lopen. Als je het zelf niet ervaren hebt, kun je je niet voorstellen hoe heftig dat is.

Ik heb een specialisme, heftafels. Hoe krijg je zware voorwerpen in een kleine ruimte omhoog. Daar ben ik heel goed in, in onmogelijke situaties toch dingen omhoog krijgen. Ik heb een soort kookboek in mijn hoofd, met recepten daarvoor. Na mijn burn-out, begonnen de zaken opnieuw goed te lopen en het werd een fabriekje.

Tot 2001, nine eleven. Ik ging scheiden en er kwam een financiële crisis. De makelaar had de boerderij waar ik toen woonde op 1 miljoen geschat en ik had mijn bedrijf voor een deel gefinancierd met die waarde. Ik werd bij de bank geroepen en toen ik vertelde dat ik ook ging scheiden, werd mijn krediet ingeperkt en kon ik niets meer betalen. Ik ging failliet.

Maar gelukkig zat die kennis nog in mijn hoofd, dat was mijn kapitaal. Ik besloot part time te gaan werken, een vriend nam alle sores over, en ik ben gaan zorgen voor mijn drie dochters. Ik heb een hele sterke band met ze.

Tien jaar geleden hoorde ik van de windmolenplannen, pal bij mijn huis. Ik realiseerde mij meteen dat dat niet leefbaar was. Ik heb verbeelding, ik kon mij voorstellen hoe dat eruit zou zien en ook wat mijn boerderij dan nog waard zou zijn. Eerst ging ik naar een vergadering in het dorp. Allemaal goed bedoeld, het was het begin van actiegroep Tegenwind 33, maar ik vond dat je vooral goed in beeld moest zien te komen. En duidelijk zijn, niet de kool en de geit willen sparen. Dus niet tegen de molens zijn en ondertussen de windboeren blijven groeten op straat. Want dat zit hier in de genen. De vaders van de boeren hier waren heersers en de anderen hebben zich altijd onderdanig opgesteld.

Ik was op dat moment bezig een fabriek te verhuizen, van Stadskanaal naar Marokko. En ik zat aan tafel met de meiden en ik zei ‘we moeten protesteren tegen de windmolens. We moeten een actie houden die op het journaal komt. Ik ga nu naar Marokko, als jullie in de tussentijd iets verzinnen.’ Toen ik terugkwam zei één van de meiden, ‘pap we hebben iets bedacht. We gaan een barbecue organiseren op de N33, ik heb het al op Facebook gezet en er hebben zich al 500 mensen aangemeld.’ We hadden nog tien dagen de tijd om de boel te organiseren.

Op een gegeven moment kreeg de gemeente er lucht van en die sommeerden ons om naar het gemeentehuis te komen. Wij zeiden: ‘kom maar naar ons toe als je iets wilt zeggen.’ En de burgemeester doet dat en we zitten met hem aan tafel en hij zegt ‘het gaat niet door’. En ik zeg ‘het gaat wel door.’ Hij dreigt met de ME. En ik zeg ‘met of zonder ME, het gaat door.’ Hij zegt ‘zo komen we er niet. Kunnen we niet kijken onder welke omstandigheden het wél door kan gaan?’ En ik zeg ‘nu praten we.’ Hij wilde dus niet dat we het verkeer tot stilstand brachten. Op een gegeven moment bedachten we dat de barbecue ook kon rijden. Een rijdende barbecue op vrachtwagens.

Dat hebben we gedaan. En het werd een groot succes en we kwamen op het journaal. Kort daarop hebben we een grote installatie gemaakt met ‘de vuile was’ van de provincie. Grote zeecontainers met waslijnen met gigantische vuile onderbroeken. Dat ging over de provinciale bestuurders Moorlag en Calon, en over Koop Tjuchem, het bedrijf dat onder vuur kwam bij de bouwfraude. Zij hadden een concessie gekregen voor de windmolens, maar dat deugde voor geen meter. Dat was omdat ze de provincie in hun zak hadden. Er volgden allerlei andere acties en andere plannen, een zonnepark als alternatief, dat minstens zoveel stroom op zou leveren. Ik kreeg er een dagtaak aan en het liet me ook niet meer los.

Kijk, vroeger hadden we nutsbedrijven, opgericht door de overheid. Alles wat we nodig hadden werd geregeld via deze bedrijven en daar zaten deskundige mensen en die hadden strenge regels waar ze zich aan moesten houden. Maar dat werd op een gegeven moment te stroperig gevonden, te bureaucratisch. En men beweerde ook dat het goedkoper kon. Toen hebben ze ons verleid met het verhaal van de marktwerking. Die mensen die dat voorstonden hebben hun kans nu ruimschoots gehad en ze hebben het niet waargemaakt. Alles is veel duurder geworden en minstens zo bureaucratisch en wat er gebeurt is niet meer in dienst van de mensen. Voor mij is het beeld de energiecentrale in Groningen met die hele hoge schoorstenen. Eerst was het het Energiebedrijf voor Groningen en Drenthe, waarbij gemeenten en provincie aandeelhouder waren. Toen hebben ze het verkocht aan Essent en RWE en toen hebben ze die enorme schoorstenen opgeblazen.

 

Tien jaar geleden hoorde ik van de windmolenplannen, pal bij mijn huis. Ik realiseerde mij meteen dat dat niet leefbaar was.

Die hele privatisering is één grote roversbende geweest. In het Oostblok hebben ze na de val van de muur de boel leeg geroofd, maar hier is precies hetzelfde gebeurd. Met heel veel vriendjespolitiek. We hadden beter door kunnen gaan met kernenergie, maar de fossiele industrie was daar niet blij mee. Er zijn natuurlijk ongelukken geweest, ongelukken waar je vervolgens van kunt leren, maar er is enorm op de emotie gespeeld. De nieuwe generatie kerncentrales kunnen heel lang draaien op het afval van de oude en ze neutraliseren dat afval ook nog een keer.

Het probleem is dat de informatie meestal geleverd wordt door belanghebbenden. Bij de Klimaattafels mochten alleen maar belanghebbenden aanschuiven. Dat maakt het heel troebel. Als je ziet hoe er ook steeds weer grote datacentra worden geplaatst bij die windmolenparken die de groene stroom mogen gebruiken waar wij belasting voor betalen. Er wordt niet geluisterd naar de burgers en er wordt ook niet gedacht vanuit hun belang. Wij zijn melkkoeien. We worden een kant opgedreven waar de industrie ons graag wil hebben. Ik ben een groot voorstander van een energietransitie, maar wel één waar we wat aan hebben.

In 2015 had ik het geluk dat ik mijn boerderij kon verkopen aan mijn buurman. Hij had het nodig voor zijn bedrijfsvoering en deed een serieus bod. Ik was heel blij. Door al het actievoeren had ik vijf jaar lang niet aan onderhoud kunnen doen.

Bovendien betekende het dat ik weg kon komen, weg van de molens die er zouden komen. Het was ook erg, want het was het einde van mijn paradijs. Het was zo ongelofelijk mooi daar. Ik had een waterpartij aangelegd waar zelfs ijsvogels op af waren gekomen. Ik had er geleefd als een kind in een hele grote zandbak. En ik was van plan geweest om op dat land voor elk van mijn dochters een verblijf te bouwen, zodat ze betaalbaar en in vrijheid konden leven.

Vervolgens stuitte ik op deze watertoren in Oude Pekela. Een eind bij de molens vandaan en echt te gek. Ik zag heel veel mogelijkheden. Ik overlegde met een herbestemmingsarchitect, maakte plannen met studenten van de Hanzehogeschool. Ik wilde een groepsverblijf voor 20 mensen, voor mensen met een zware handicap. En ik wilde het verhuren voor congressen. Als ik niet was opgepakt, was ik nu aan het bouwen geweest.

Op een gegeven moment was ik met mijn bootje onderweg naar het Lauwersmeer. Op de eerste ochtend lag ik in Groningen aan een meerpaal en er kwam een boot aanvaren met mannen in blauwe pakken. Ze stapten aan boord en ik word gearresteerd, een bizarre film. Ik werd meteen naar cellencomplex Hooghoudt gebracht. De absurditeit van zo’n huis van bewaring. De eerste keer dat ik mijn cel uitstap, komt er een oude man naar mij toe. Hij zegt ‘ik weet wat jij doet. Jij bent een strijder tegen de overheid en ik kan je alles aanbieden om zo’n ding op te blazen.’ Naast mij zat een jonge vent, ik kon het heel goed met hem vinden, hij had een prachtige tekening van een baby gemaakt, en ondertussen was hij gelieerd aan Redouan Taghi. Aan de andere kant van mijn cel zat een man van Satudarah. Maar behalve de beroepscriminelen, zaten er ook veel mensen die zich domweg niet staande kunnen houden in de maatschappij. Veel analfabeten ook. Echt treurig.

De zaak zelf, ik werd beschuldigd van het in gevaar brengen van de volksgezondheid, omdat ik asbest zou hebben gestort op andermans terrein. Maar dat bleek dus helemaal geen asbest te zijn. De rechter zei ‘niets mee te maken, het is levensgevaarlijk spul’ en ik kreeg weer twee maanden verlenging van mijn voorarrest. Ze hadden een tiewrap gevonden van mijn bedrijf met mijn DNA erop. Ik was volledig in shock. Ik vroeg, hoe oud is die tiewrap dan. Maar die tiewrap was vernietigd, ik denk dat die er nooit is geweest. Dus die hele aanklacht verviel. Dan de dreigbrieven die ik zou hebben verstuurd aan aannemers. Dreigbrieven? Er stond: als jij je geld over de rug van een ander verdient, realiseer je dan dat je geen vrienden maakt. Dat soort teksten. En er waren duidelijke linken naar andere mensen en daar is niets mee gedaan. Ik heb een half jaar gezeten. Ze hebben uiteindelijk de strafmaat aangepast aan het voorarrest. Het was totaal opgeklopt. Het verzet moest gebroken en daarvoor heb ik gezeten. In dezelfde tijd werd er iemand opgepakt die doodsbedreigingen aan het adres van Rutte had gestuurd. Die kreeg een taakstraf van 48 uur.

De arrestatie van mij en Jan Nieboer (voorzitter van Platform Storm) vond plaats op de dag voordat de bouw van de molens begon. Er is een samenwerkingsverband tussen justitie, bestuurders, rechters en het OM om de georganiseerde misdaad te bestrijden. Het RIEC. Die moeten van tevoren overleg hebben gehad met de bedrijven die de windmolens bouwen. Anders hadden ze nooit geweten wanneer de bouw begon. Ik heb geen enkel vertrouwen meer in de rechtspraak. Ik heb have en goed verloren. En vrienden. Het is geen eerlijke strijd geweest, de spelregels worden tussentijds voortdurend aangepast. En het is heel stressvol geweest voor mijn familie, mijn kinderen, mijn vriendin en mijn vrienden die soms met tranen in de ogen van machteloosheid voor de deur stonden. Het is een groot onrecht en ik ga er niet mee akkoord. Ik diskwalificeer ze.

Mijn dochter hebben ze onder druk gezet. Ze woonde met haar vriendje, maar toen zij naar de toren kwam, na mijn arrestatie, hebben ze tegen haar gezegd dat Jan Nieboer al verklaringen zou hebben afgelegd over mij. En dat was niet waar. Of ze ook maar even wilde praten. Haar vertrouwen in de maatschappij is voorgoed geknakt. Toch ben ik niet in hoger beroep gegaan. Ik wilde verder met mijn leven. Onrecht is van alle tijden.

Nu staan die molens er. En het is erger dan we hadden verwacht. Ik vind het moeilijk dat jullie de voorstelling aankondigen als een komedie. Want voor ons is het helemaal geen komedie. Jij woont in de Randstad, ver weg van die dingen, maar in mijn omgeving zijn er twintig mensen die niet meer thuis kunnen slapen vanwege het geluid. Ikzelf heb er ook last van. Als ik bij mijn vriendin in Meeden overnacht, kan ik niet slapen. Ik heb een half jaar vastgezeten voor het zogenaamd in gevaar brengen van de volksgezondheid, en ondertussen wordt hier op grote schaal een loopje genomen met de volksgezondheid. Wie gaat daar wat aan doen?

Vanuit de toren kan ik de windmolens in de verte goed zien. Enorme gevaartes met rode lichten. Als ik wegrijd bij de watertoren, bekruipt mij een onwezenlijk gevoel. Het sprookjesachtige en tragische van deze man in zijn toren met zijn dochters tegenover het science-fiction achtige, onverbiddelijke karakter van de turbines, het valt nauwelijks met elkaar te rijmen.